Drie Grote Vragen die we onszelf zouden moeten stellen

Nog nooit in de moderne geschiedenis hebben we ons zo wijdverspreid zorgen gemaakt over de toestand in de wereld. Op dit moment tobben we állemaal, overal op deze planeet, over de aanhoudende pandemie. We maken ons zorgen over de gevolgen voor de wereldeconomie en daarmee over de gevolgen voor onszelf. Maar wat als we nu eens een stap verder gaan?

Ter onderbouwing van de stelling in dit artikel heb ik een ingezonden stuk van Jan Sallaerts uit Valkenswaard bijgevoegd, verschenen in het Eindhovens Dagblad van donderdag 8 oktober 2020, met als kop ‘We moeten inzien dat oplossing vaak elders is’ [sic]. Ik wil het graag gebruiken als tekenend voorbeeld van hoe we aan de ene kant heel gemakkelijk onze zorgen uiten en vervolgens aan de andere kant maar al te vaak verzuimen ze in praktische oplossingen om te zetten. En dat is een hardnekkig hedendaags verschijnsel.

Begrijp me niet verkeerd: deze Jan heeft het hart op de juiste plek. Hij deelt zijn zorgen over de toestand in de wereld en dat vind ik nog altijd de beste metafoor voor het zeer menselijke verschijnsel ‘klagen’. Hij benoemt de existentiële problemen van de menselijke soort, maar hij geeft slechts hier en daar een vage hint van mogelijke oplossingsrichtingen. Tegelijkertijd maakt hij zich schuldig — vergeef me, Jan — aan iets wat ik deconstructieve journalistiek noem (ook al is hij dan, naar ik aanneem, geen journalist maar een bezorgde burger). En dat wordt vooral duidelijk aan het einde van zijn betoog, in de laatste zin:

‘Laten we het anders gaan doen’.

Je voelt ‘m vast al aankomen.

Waar we met zijn allen heel goed in zijn is klagen over, oh pardon, ons zorgen maken over alles wat er mis is in de wereld in het algemeen en onze eigen kleine wereld in het bijzonder. Dat is in zichzelf prima want het is het begin van de oplossing. Maar het is vooral ook heel gemakkelijk want je hoeft alleen maar de negatieve afwijking te benoemen van iets of iemand. Eitje.

Maar daarmee blijven we hangen in de vicieuze cirkel van het alleen maar benoemen van alle ellende. Voor je het weet roept er iemand ‘Ach jongen, das nog niks! Moet je hiér eens komen kijken wat een shitzooi…!’ waarna je een stukje dieper in het moeras wegzakt. En ondanks alle goede bedoelingen doet Jan precies hetzelfde.

De waaromvraag

Jan legt de vinger weliswaar op de zere plek en noemt een scala aan essentiële probleemgebieden: mateloos groeiende wereldbevolking en dito economie, recycling van windmolens, afval van accu’s, kindersterfte, zonnepanelen, kernenergie, import, export, transport. En dan zit klimaatopwarming er nog niet eens bij. Maar tegelijkertijd draait hij om de brei heen want hij vergeet — ongetwijfeld onbewust — om een paar cruciale open vragen te stellen, laat staan ze te beantwoorden. Dus Jan, je hebt gelijk, dank je, je legt de vinger op de zere plek, het is heel zorgelijk allemaal. Maar waaróm is dat allemaal zo?

Want pas als we de waaromvraag stellen nemen we afstand van de valkuil van eeuwige symptoombestrijding en komen we dichter bij de oplossing. Uiteindelijk leiden die waaromvragen namelijk naar misschien wel de meest cruciale open vraag van allemaal: maar hoe dan? Laten we het anders gaan doen, oké, prima. Maar hoe dan in vredesnaam? Wat moet er anders? Op welke manier? Wie moet wat wanneer anders gaan doen? En ook: Wat moeten we doen om te voorkomen dat we terugvallen in onze oude gewoontes?

Deconstructieve journalistiek

Journalisten vinden, als je er specifiek naar vraagt, dat ze niet verantwoordelijk zijn voor het leveren van oplossingen. Ze schrijven gretig over alles wat er mis is in de wereld en laten het aan ‘ons’ over om er de oplossingen bij te zoeken. Dat is wat ik deconstructieve journalistiek noem: de auteurs laten ons met de ellende zitten en vervolgens worden we er alleen maar onrustiger, angstiger, gefrustreerder, bozer en soms zelfs agressiever van. Dat is mijns inziens onnodig.

Wij allemaal, inclusief de gehele journalistieke gemeenschap en alle media oud en nieuw, zouden er baat bij hebben om naast het uiten van zorgen er ook een praktische oplossing (of oplossingsrichting) bij aan te bieden. Dat zou je dan constructieve journalistiek kunnen noemen.

En verhip, je hebt gelijk, dat bestaat al. Google maar eens op ‘constructieve journalistiek’ (of kijk op Wikipedia onder constructive journalism). Ik heb dat heus niet zelf uitgevonden. Het enige dat ik gedaan heb is de huidige staat van de journalistiek als ‘deconstructief’ te betitelen, vanwege de traditionele en achterhaalde weigering om concrete, praktische en meetbare oplossingen toe te voegen aan hun probleemstellingen. Met iets meer gevoel voor dramatiek had ik het net zo goed destructieve journalistiek kunnen noemen.

Hoe dan ook:

Elk probleem heeft een oplossing. Als een probleem geen oplossing heeft dan is het geen probleem, maar een feit.

Dat is een anonieme quote die ik jaren geleden al van het internet heb opgepikt en ik gebruik hem waar ik kan. Het ligt namelijk aan de basis van aanvaarding en berusting, maar dat is weer een heel ander verhaal.

De Drie Grote Vragen

De Jan in mijn voorbeeld heeft zich onvoldoende afgevraagd waaróm de existentiële problemen van de menselijke soort en de omgang met haar planeet zich op deze manier voordoen. En vervolgens worstelt hij om zijn zorgen in concrete, werkbare oplossingen om te zetten. Dat kan beter. Om je daarom tot slot wat voer voor gedachten te geven stel ik hier de Drie Grote Vragen die eerst moeten worden beantwoord voordat we aan de echte oplossingen kunnen gaan werken:

1. Welke machten en krachten in de wereld (lees: welke puissant rijke individuen en corporaties) hebben er belang bij om de illusie (lees: de onhoudbaarheid) van ongebreidelde economische groei in stand te houden?

2. Hoe krijgen we die individuele miljardairs met hun enorme machtsinstituten zover om dat egoïstische belang (nog meer miljarden maken voor zichzelf) op te geven ten gunste van het existentiële algemene belang, te weten de overleving van de menselijke soort op de lange termijn?

3. Hoe verenigen we die miljardairs en hun conglomeraten vervolgens over de grenzen van naties en economieën heen in een mondiaal veranderprogramma om de overleving van de menselijke soort veilig te stellen? (lees: de overgang te realiseren naar een duurzame, circulaire economie).

Als we net als Jan willen begrijpen waaróm we niets doen om onze overleving op de langere termijn te waarborgen en als we willen leren hoe we het anders kunnen doen, moeten we éérst deze Drie Grote Vragen beantwoorden. Heel vervelend wellicht, irritant misschien ook wel, maar absoluut onvermijdelijk. Ik zou willen zeggen: probeer het zelf eens en met een beetje inspanning vallen de schellen van je ogen. En dan zijn we nog maar nét vertrokken.

Over hittegolven, Corona en het klimaat: een andere kijk op de kwestie

Bestaan er ook hittegolven buiten het zomerseizoen? Kan er zich in de winter een hittegolf voordoen? En wat heeft dat met de Corona-pandemie en het klimaat te maken? Laten we eens wat verder kijken dan onze meteorologische neus lang is. 

Er worden steeds meer warmterecords en steeds minder kouderecords gebroken als gevolg van door de mens veroorzaakte klimaatopwarming. In het zomerseizoen zijn we daarbij vooral gebiologeerd door hittegolven, waarbinnen zich spectaculaire hitterecords kunnen voordoen. Vorig jaar werd bijvoorbeeld de 40-graden-grens doorbroken en dit jaar was er een hittegolf met een lengte van maar liefs 13 dagen waarvan acht opeenvolgende dagen met meer dan 30 graden, waarvan op drie dagen zelfs meer dan 35 graden! Was dat eenmalig of kunnen we nog meer van dat heets verwachten?

Een normale zomerse hittegolf wordt door het KNMI gedefinieerd als een periode van minimaal vijf opeenvolgende dagen met een (maximum) temperatuur van minimaal 25 graden waarvan op drie dagen minimaal 30 graden. Maar dit jaar was er dus voor het eerst sprake van een (niet-officiële) superhittegolf, vooralsnog gedefinieerd als een periode van minimaal vijf opeenvolgende dagen met een temperatuur van minimaal 30 graden waarvan op drie dagen minimaal 35 graden. En ja, dat is uitzonderlijk heet.

Omdat ik graag verder vooruit kijk dan mijn eigen meteorologische neus lang is heb ik, in het kader van klimaatopwarming, nog een derde definitie toegevoegd: de hyperhittegolf. Die is gedefinieerd als een periode van minimaal vijf opeenvolgende dagen met een temperatuur van minimaal 35 graden waarvan op drie dagen minimaal 40 graden. Ik heb daarbij de voorspelling gedaan dat we die de komende tien jaar al een paar keer gaan meemaken.

Tot zover de achtergrond. 

Goed, we leven inmiddels in de herfstmaand september en de kans dat zich nu een normale zomerse hittegolf voordoet is veel kleiner dan in de topzomermaanden juli en augustus. Maar dat lijkt me niet helemaal eerlijk, want in september ligt de gemiddelde maximumtemperatuur lager dan in juli en augustus. We zouden dus een nieuwe definitie moeten introduceren voor ‘hittegolven’ buiten het hoogzomerseizoen. En dat is precies wat ik gedaan heb.

(Ik blijf de buiten-zomerse hittegolven overigens gewoon ‘hittegolven’ noemen totdat ik een beter semantisch alternatief heb gevonden. Tenslotte is ‘hitte’ een relatieve term).

De huidige definitie van een zomerse hittegolf is gerelateerd aan de gemiddelde maximum temperatuur in de zomer. Het KNMI refereert daarbij aan de meetperiode 1981 — 2010. Kijk maar eens naar de gemiddelde maximumtemperatuur in graden Celsius per maand over die periode:

Januari 5,6
Februari 6,4
Maart 10,0
April 14,0
Mei 18,0
Juni 20,4
Juli 22,8
Augustus 22,6
September 19,1
Oktober 14,6
November 9,6
December 6,1

Wat heb ik vervolgens gedaan? Ik heb de huidige definitie van een zomerse hittegolf gekoppeld aan de gemiddelde maximumtemperatuur van juli en augustus (de hoogzomerperiode). Vervolgens heb ik dezelfde ‘matrix’ toegepast op de gemiddelde maximumtemperatuur van de andere maanden. Daarbij heb ik de wintermaanden december, januari en februari (= de winter) samen genomen omdat ze alle drie gemiddeld rond 6 graden uitkomen en de hoogzomermaanden juli en augustus als referentieperiode dus ook.

Goed, om een lang verhaal kort te maken krijg je vervolgens de volgende definitie van hittegolven buiten de hoogzomer:

nHG = Normale Hittegolf
sHG = Superhittegolf
hHG = Hyperhittegolf

Periode: nHG | sHG | hHG

Winter: 7/12 | 12/17 | 17/22
Maart: 11/16 | 16/21 | 21/26
April: 15/20 | 20/25  | 25/30
Mei: 20/25 | 25/30 | 30/35
Juni: 22/27 | 27/32 | 32/37
Juli + Aug: 25/30 | 30/35 | 35/40
Sept: 21/26 | 26/31 | 31/36
Okt: 16/21 | 21/26 | 26/31
Nov: 11/16 | 16/21 | 21/26

Om het maar even concreet te maken voor de huidige herfstmaand september: er is sprake van een hittegolf als de maximumtemperatuur gedurende minimaal vijf opeenvolgende dagen minimaal 21 graden is waarvan op vijf dagen minimaal 26 graden. Zo bekeken zitten we dus op het moment van schrijven (16 september 2020) alweer in een langdurige hittegolf. Alleen noemen we het zo (nog) niet. Maar ten opzichte van de gemiddelde maximum temperatuur over de periode 1981 — 2010 is het mijns inziens niet meer dan fair.

Ander voorbeeld nog: er is in de winter dus sprake van een ‘hittegolf’ als de maximumtemperatuur gedurende minimaal vijf opeenvolgende dagen minimaal 7 graden is waarvan op vijf dagen minimaal 12 graden. Iets om in de gaten te houden de komende jaren want we hebben al heel wat van die winterse hittegolven gehad de áfgelopen jaren en er komen er nog veel meer aan.

Wat wil ik hiermee bereiken? 

Ik probeer het verschijnsel hittegolf — waarvoor altijd veel aandacht bestaat in de media tijdens de hoogzomermaanden — wat breder te trekken om de aandacht voor klimaatopwarming te vergroten. Want als we als menselijke soort de wereldwijd gestelde CO2-doelen voor 2030, 2040 en 2050 niet gaan halen — en daar ziet het steeds meer naar uit — dan mogen we niet alleen meer normale hittegolven gaan verwachten (lees: vaker, langer en gemiddeld heter) maar geleidelijk aan ook steeds meer superhittegolven, afgewisseld met af en toe een smorende hyperhittegolf. In alle seizoenen.

Iets om eens rustig over na te denken. 

Want we kunnen op dit moment, middenin de Corona-pandemie, niet wáchten om terug te gaan naar het ‘oude normaal’, terwijl dat ‘oude normaal’ ons nu juist in de problemen heeft gebracht. Tegen de tijd dat super- en hyperhittegolven ‘normaal’ zijn geworden zijn we, als gevolg van de onverminderde uitstoot van CO2, zonder het in de gaten te hebben in het Abnormale Tijdperk van De Mens aangeland. Dat tijdperk begint met een stijging van de gemiddelde oppervlaktetemperatuur naar meer dan 2 graden, gestaag doorgroeiend naar meer dan 4 graden en zo verder. Vanaf 4 graden stijging is leven op aarde een hel. Daarboven, en vanaf 6 graden gegarandeerd, is leven op aarde — behalve misschien op de beide polen — niet meer mogelijk.

Als mijn rationeel betoog over de herdefinitie van een hittegolf kan helpen bij het vergroten van het besef dat de door de mens veroorzaakte klimaatverandering een exponentieel grotere bedreiging voor ons vormt dan de huidige Corona-pandemie, dan is mijn missie al geslaagd.

Waarvan akte.

Meer weten over de existentiële crisis van de mensheid? Ook op zoek naar een hoopvolle oplossing van onze problemen? Ga gerust eens verder grasduinen op deze website waarop talloze video’s met TED(x)-talks over onze mondiale problemen en de bijbehorende oplossingen. Zoals hier

 

 

What will the world look like after lockdown?

I was asked this question at an interview with Adnan Nawaz of TRT World on Monday 4th of May 2020 (you can find the YouTube link of the full 12-minute interview at the end of this article). It’s a big question that’s on all our minds and as a futurologist and change specialist I was honored to be given the opportunity to shed some light on the matter. 

Predicting the future

First of all, and to be clear and unambiguous: it is not possible to predict the actual future in the long run with any degree of accuracy. There are too many variables and you have to take chaos theory into consideration as well. What we futurologists do is take a helicopter view, study history, science and the human condition, take the current situation and speculate about possible outcomes in the long run.

We hope to influence the mindset of individuals within social groups so that we might escape our preprogrammed behavior as hunter/gatherers. Because that is exactly the task that is ahead of us: changing the kind of behavior that might harm us more or even undo us in the future. It’s about time to acknowledge, at least to some degree, who we really are, where we stand and where we’re going.

Smile or frown

At the beginning of the interview I was asked how I think about the future: with a smile or with a frown? I answered that I am looking at the situation with a ‘worried smile’. I said: ‘[As a futurologist I have to] look a little bit further ahead than one or two years, so allow me to be blunt here, from the Netherlands, as we are used to here’. And that’s what I did. So I dropped my coin into the bucket with a bit of a bang:

‘Nothing is going to change in the long run in terms of our behavior as a human species’.

There you have it. And that bold statement needs some explanation. The entire interview takes about 12 minutes and a lot of information is floating by, both in audio and simultaneous video. Cognitively speaking that’s always hard to combine. That’s why I wrote this article. Not to provide a script of the entire interview but to provide context to the various talking points therein.

Please note: I have written a book on the subject (In Dutch: ‘Vooruitkijken voor gevorderden’ – Hoop voor de toekomst van mensaap en moederplaneet’) that has been translated into a Ted(x)-talk in English (‘Futurology for fanatics’ – Hope for the future of man ape and mother planet’) that provides you with a management summary of 18 minutes of the book. You can find both links at the end of this article.

The Old Normal

What do you mean, ‘nothing will change?’ Well, of course things will change in the immediate future. Heck, the whole world has changed already. We are forced to adjust our lives right now until we have good treatment medicines and eventually an effective vaccine for Covid-19. But after that it’s highly likely that everything will go back to the ‘Old Normal’. There’s a perfectly good explanation for that: the Corona-virus is merely an inconvenient distraction.

‘So, I’m still smiling but I’m slightly worried’, I said.

Billionaires will be billionaires

At some point during the interview my host Adnan Nawaz provided me with an interesting insight into human nature. Robert Reich, former US Secretary of Labor, who served under three presidents and is currently professor at Berkley University, was reporting recently that ‘in the USA, [over a period of] 23 days during the current restrictions in place across the [country], America’s billionaires increased their collective wealth by 282 billion dollars, that’s about 12 billion dollars a day’. Will this change people’s minds towards, for example, a tax raise for the rich?’ he subsequently asked.

No, I said. It will not.

This fact merely underlines my statement that nothing will change in the long run. Our lust for greed apparently has no limits. Even when we are in the midst of a global crisis, suffering great losses ánd longing to go back to the Old Normal, billionaires just want to make more billions. How do you explain that? Well, as a futurologist I not only have to look further ahead than one or two years, but I have to also look at us, homo sapiens, the human condition. It’s important that we understand who and what we are in nature.

Social group mammals and Small Groups

From a biological point of view we are still social group mammals living in Small Groups: these groups are our household, our family, our friends, colleagues and team mates. We are all members of these multiple, overlapping Small Groups. All of our sentiments are being cultivated and amplified there. These groups consist of five to fifteen people. For companies there’s even a ‘magic number’ of 150, after which it becomes exponentially more difficult to still ‘know’ everyone and exert some kind of control. That number of 150 is called Dunbar’s Number and it’s well founded in science (you can Google it if you want).

Our Small Groups are the same size groups as when we were hunter/gatherers. Although the collaboration between large amounts of Small Groups enables us to accomplish bigger things (to communicate and cooperate on a global scale and, for instance, enable us to escape the gravity of this planet and visit other planetary bodies) any ‘large group’ of people still consists of Small Groups flocking together. It’s like a big foam bubble filled with overlapping smaller bubbles. Within those small bubbles we still act a hunter/gatherers: self-contained, shortsighted and selfish.

The Ultimate Question

So where do I find the audacity to state that nothing will change in the long run? Well, you can check that out for yourself, in your own Small Groups. Next time you’re together – minding social distancing rules of course –  just ask your partner, or a family member, a friend, a colleague or a team member, the Ultimate Question:

‘Are you – and with that I mean you as an individual – willing to permanently cut back your life, your career, your income, your house, your possessions and your growth potential by, let’s say, 30%, to reduce our footprint on this world for the greater good of mankind and to ensure our survival as a species on this planet?’

If the answer is NO

If the answer is ‘NO or ‘not until others do it first’, I will, although reluctantly, have proven my point. We will therefore most likely all go back to the Old Normal: overpopulation, spillage, waste, pollution, global warming, greed, intolerance and superstition. But if you find a way to say sustain your current way of life, your material wealth, your potential and your economic growth ambitions, without waste, spillage and pollution, you may carry on and spread the word. The Ultimate Question is a test. It’s a question of conscience, a discussion starter.

Super-locality

Our focus and orientation as human beings is super-local, both from the standpoint of geography and in terms of time. Geographically we usually don’t extend our view much further than our house, our street, our community, our village or town, our country or maybe the adjacent countries. In terms of time we rarely look further ahead than, let’s say that party next week or maybe the Summer Holiday next year.

We are not only just operating in Small Groups but our orientation is super-local as well. That setting has served us well when we were hunter/gatherers but it doesn’t serve us well in our current environment. However, we, the entire group of human beings, we are fundamentally divided (about how to run, repair and maintain a one-species-society that spans an entire globe) and we need to reach global unification before it is too late. But even knowing that, we have a hard time looking at that big picture. Our super-locality continuously draws us back to our daily problems which we consider vastly more important.

Old habits die hard

We are creatures of habit, hiding in our Small Groups where we feel safe and comfortable. We are self-contained, shortsighted and selfish, we have a hard time embracing change and if we are threatened from the outside we close ranks and start a defense. We do that on every imaginable scale: from household to family, from enterprise to corporation, from poor to rich, from secretary to CEO, from citizen to president.

Even at the highest level, the dynamics of Small Groups rule everything. The highest leader will most likely seek group members that are of the same attitude, same nature, same culture and same motivation. The only difference is that isolated Small Groups at the lowest level can’t do much harm, relatively speaking; at the highest level the damage of one single Small Group is potentially catastrophic. The current administration in the USA is a perfect example of such a dangerous Small Group. But the actual behavior of human beings within these Small Groups is fundamentally the same.

There is a risk with high probability and high impact that, after we have developed an effective vaccine and we feel relatively safe and comfortable again, we’ll go back. We’ll go back to our offices, to our communities, to our old lives, to our old habits. Old habits die hard. We human beings are not meant to Skype, to stare at screens all the time, to live in virtual environments. We are made to communicate face-to-face. We want to feel and touch and reach and interact and hug and laugh and love (viruses love that). But as a species we are also prone to greed, intolerance and superstition.

Sharks!

I saw a picture floating by on the social media, a kind of cultural meme, I don’t know the source. It depicts a human being under water, just one stroke away from breaking the surface. Just below him is a huge white shark, its jaws wide open, ready to engulf the tiny creature. That shark is called ‘Covid-19’. But just below that shark there’s an even bigger one with open jaws ready to swallow the whole scene above. That one is called ‘Global Warming’. It’s a great picture and it speaks volumes. Now, I would like to add an even bigger shark below the second one, ready to wipe out everything. Let’s call that one ‘Overpopulation’.

Let me hurry to say: the global population, currently about 7,8 billion people, is not growing exponentially any more. It will stabilize at about 10 billion people this century. Overpopulation it itself is a solvable problem; we already have enough resources to cloth, feed and facilitate 10 billion or even more. But the world’s population still grows at about 200.000 individuals per day. We have to stop the waste, spillage and pollution first. That requires a fundamental change in our individual behavior on all fronts, including all newcomers, not just with regards to our short term consumption but our long term behavior as well.

The Common Enemy Principle

What we are currently facing is strongly related to the Common Enemy Principle. We almost forgot the common enemy that was called Global Warming. It has no boundaries and therefore affects us all. Nobody can hide from it, nowhere on this planet. But it is a silent killer, it is of high impact but slow progress. And, oh irony, because of a bat dropping its poop on a crowded exotic animal flesh market in China we are now facing a new common enemy to distracts us: Covid-19.

This one does hit us smack in the face. Acute and immediate. Within a few months all of our lives have been affected, everywhere around the globe. Its unprecedented. It’s a combined health care and economy crisis. It holds the signature of a final warning. We have successfully ignored global warming the past four decades and everything went on as usual, as normal. But this new common enemy is far more nasty and we are running out of time.

Million books

But we know all this. We know what we have to do; we’ve written a million books about it already. After the distraction that is Covod-19, global warming will hit us full force. It will hit our children hard and our children’s children even harder. They will live through tougher times than we right now. In fact, our children might be the first generation that will not be better off than the previous one.

For the first time, being an incorrigible optimist, I’m pessimistic about us going back to the Old Normal. We are in this mess specifically because of what we do to the environment. Forget about all the conspiracy theories of this virus being concocted in some lab in China. Scientist and virologists have looked at its DNA signature and there’s nothing genetically engineered about it. Again: it’s just a bat that pooped on an overcrowded uncontrolled exotic animal market somewhere in China and that happened before. We just find it difficult to believe such coincidences; we’d rather think of some dark elaborate conspiracy that involves ‘bad people’.

The Ultimate Solution: chaining Small Groups

Finally, I’d like to provide a shimmer of hope amidst all these worries. Because you can help. Start asking the Ultimate Question within your Small Groups. Start today, start the discussion. Ask open questions: Why? Why not? Who? When? Where? But even if you find an individual that says YES, one that is willing and able to comply to a drastic change in individual behavior, it will not be enough, not by far. Only a chain of Small Groups with the same attitude (which is equal to a community) will get it started. Only a chain of communities will have the muscle to stimulate governments to change their policies. Only joint governments can muster enough power to change the global political landscape to ultimately change the system.

Because we are dealing with a global systemic problem — political, sociological, psychological, geographical, cultural — that is much bigger than the Corona-crisis. It can only be dealt with by a global systemic solution, a global systemic change. And that solution, that change has to start within our own Small Groups, at home, in the streets, at work. The Corona pandemic is our final warning. If we don’t get it by now we might eventually go the way of 99,99% of all species that ever roamed the Planet Earth in its 4,5 billion year history: we’ll go extinct. Global warming will lead us in, uncontrolled overpopulation, waste, spillage and pollution will do the rest.  And we are well underway.

And yes, that is a tad more pessimistic than you’d expect from an incorrigible optimist. So be it. Let’s be realistic at this point. We’ve had our chance many times and now we’re losing grip. Yes, we are creatures of habit and that very habit will be our undoing if we fail to execute the transition from fundamental division to global unification. We must start to look further ahead than we ever dared before. And that all starts with you and your Small Groups. Let’s link them together, shall we? Thanks. And good luck.

Remember: Stay safe. Stay healthy. Stick to the rules.

To watch the full interview on TRT World:

To watch the TED(x)-talk ‘Futurology for fanatics’:

To learn more about the hopeful future of man ape and mother planet check out the book ‘Vooruitkijken voor gevorderden’ click here.

Vooruitkijken voor gevorderden | De kolkende aarde

Het onderstaande is een transcript van het volledige hoofdstuk 1.3 uit Vooruitkijken voor gevorderden over supervulkanen. Dit naar aanleiding van het artikel op de website van het Algemeen Dagblad over de supervulkaan in Yellowstone Park in de Amerikaanse staat Wyoming die zich aan het roeren is en al ergens de komende tientallen (!) jaren uit zou kunnen barsten (en niet pas over enkele honderden jaren). Dat is geen triviaal nieuws; dat overstijgt alles en het bedreigt ons bestaan als menselijke soort. Het is de ultieme gemeenschappelijke vijand met een impact die klimaatopwarming vér overstijgt.

Lees maar eens: Supervulkaan onder VS kan sneller uitbarsten dan gedacht

Meer weten over Vooruitkijken voor gevorderden | Hoop voor de toekomst van mensaap en moederplaneet? Klik hier!

Ter informatie: het nu volgende deelhoofdstuk is letterlijk overgenomen uit het boek. Het is representatief voor hoe het gehele boek is geschreven: ieder deelhoofdstuk kun je op zichzelf lezen in een paar minuten. Er zitten QR-codes bij naar TED(x)-filmpjes en het verwijst naar boeken over hetzelfde thema. Zo kun je zelf kiezen wat je het meeste aanspreekt, ook als je even geentijd hebt om een heel hoofdstuk of het gehele boek te lezen.

Hoofdstuk 1.3  De kolkende Aarde

Als de mensen niet op een vulkaan dansten zou ik willen weten waarop en wanneer ze dán dansen. Belangrijk is om goed in de gaten te houden dat men een vulkaan onder de voeten heeft en daarmee het ware genoegen te smaken een vrij mens te zijn.
Jacques Perret.

 

Als het gevaar niet van buiten komt dan komt het wel van binnen. Voor Moeder Aarde zijn supervulkanen niet meer dan een scheet in de geschiedenis. Voor ons kunnen ze het einde betekenen.

Onze planeet is een nagloeiende sintel, een gigantische bal gesmolten steen met een verwaarloosbaar korstje. Op dat korstje leven wij. Vlak daaronder bevindt zich de aardmantel en daaronder zit de kern. Het middelpunt van de Aarde ligt ruim 6.000 kilometer onder ons en dat korstje is daar maar een half procentje van. Zowel de mantel als de kern zijn duizenden kilometers dik en bestaan uit afwisselend vast en vloeibaar gesteente. Temperaturen lopen uiteen van 1.500 tot 3.000 graden in de mantel tot wel 6.000 graden in de kern; even heet als het oppervlak van de Zon. Het is een grote kolkende, convecterende, radioactieve bal vuur die niet te beroerd is om zo af en een toe een ‘scheet’ te laten.

De Aarde ontstond 4,5 miljard jaar geleden uit het stof en gruis dat de Zon voor ons verliet. Minuscule deeltjes begonnen elkaar aan te trekken, samen te klonteren en te roteren en de zwaartekracht deed de rest. Onder druk werd alles vloeibaar en de hitte van onze ontstaansgeschiedenis brand, stulpt en vloeit nog steeds onder onze voeten. Speel die film van 4,5 miljard jaar af in een paar minuten en je ziet de continenten ronddrijven als waterlelies in een vijver. Platentektoniek heet dat. Het veroorzaakt aardbevingen en vulkanisme.

Waarschijnlijk heb je net met iets meer belangstelling over de tijdsspanne ‘4,5 miljard jaar’ heen gelezen. Laten we dat opnieuw even in perspectief plaatsen. Als we de leeftijd van de Aarde op 1 jaar stellen en afzetten tegen de leeftijd van ons bestaan als moderne mens – 200.000 jaar – dan maken we maar zo’n 23 minuten deel uit van haar geschiedenis. De dinosauriërs – 160 miljoen jaar – doen het in vergelijking een stuk beter met hun 13 dagen.

Onze planeet rommelt voortdurend en het kan haar niet schelen wanneer en hoe ze dit aan ons laat merken. Zo kennen we allemaal de fascinerende beelden van een vuurspuwende vulkaan met enorme stof- en gaswolken, lava-erupties, pyroclastische stromen en spectaculair vuurwerk. Dat komt allemaal rechtstreeks van onderen en bewijst eens te meer dat we geen masters zijn van onze moederplaneet, laat staan van het universum.

Een ‘normale’ vulkaanuitbarsting of aardbeving is doorgaans een lokaal fenomeen. Het veroorzaakt weliswaar onvoorstelbaar leed en kost miljarden aan infrastructuurschade, maar beperkt zich tot de regio in kwestie. Zo af en toe zijn de oprispingen van Moeder Aarde echter van dien aard dat we ons serieus zorgen moeten maken over ons voortbestaan. Want niets komt in de buurt, alles verbleekt en iedereen moet wijken voor de meest gewelddadige, meest destructieve en meest indrukwekkende scheet die de Aarde kan laten: supervulkanen.

Supervulkanen zijn allesvernietigers! Het geweld dat ermee gepaard gaat en de massale uitstoot – vele duizenden kubieke kilometers stof en puin – zijn zó desastreus dat ze bijdragen aan massa-extincties en klimaatverandering. Het is maar de vraag of de menselijke beschaving een dergelijke eruptie overleeft. Er zijn tientallen supervulkanen op Aarde en een van de bekendste is de Yellowstone-caldera in de Amerikaanse staat Wyoming. En dat is er eentje waar we ons best zorgen over mogen maken.

Wetenschappers stelden namelijk vast dat de supervulkaan onder Yellowstone tenminste drie keer eerder is uitgebarsten: 2,1 miljoen jaar geleden, 1,3 miljoen jaar geleden en 640.000 jaar geleden. Dat is slecht nieuws, want het lijkt erop dat we weer aan de beurt zijn. Sinds 2004 groeit de vulkaan in hoogte en sinds 2009 is het aantal aardbevingen rond de vulkaan toegenomen. Daar broeit wat! Het ontnuchterende feit is dat we niet exact kunnen voorspellen wanneer deze big boy gaat spuwen – het kan morgen zijn of over duizend jaar – maar dat het ook niet zoveel uitmaakt. Als het gebeurt kunnen we er toch niets aan doen. Of toch wel?

[Inmiddels lijkt het er dus op dat deze supervulkaan een op zijn zachtst gezegd ‘onaangename verrassing’ voor ons in petto heeft en dat we mogelijk nog deze generatie een gigantische, cataclysmatische knal voor onze kop krijgen. En we zijn er niet klaar voor, hè? We kunnen nog niet van deze planeet af!]

Filmpje kijken?

Wim Malfait vertelt je met een charmant accent wat de trigger is van supervulkanen. Mooi in context geplaatst met ‘normale’ vulkanen.

En wil je meer drama? Bekijk dan het docudrama ‘Supervulcano’ van Tony Mitchell. Huiveringwekkend realistisch.

Durf je dieper te duiken?

Peter Westbroek | De ontdekking van de aarde – Het grote verhaal van een kleine planeet 

Als geoloog en emeritus-hoogleraar geofysiologie aan de Universiteit van Leiden kan Peter Westbroek ook nog eens boeken schrijven. Hij legt de vinger op de zere plek: het evenwicht op Aarde is fragiel en de mens maakt er een puinhoop van. Maar er is hoop en die ligt in de handen van de wetenschap.

Het betreffende artikel op de website van het Algemeen Dagblad: Supervulkaan onder VS kan sneller uitbarsten dan gedacht

Meer weten over Vooruitkijken voor gevorderden | Hoop voor de toekomst van mensaap en moederplaneet? Klik hier!

 

12 antwoorden op 12 prangende existentiele vragen

Onlangs werd ik via een mailing uitgenodigd om deel te nemen aan een workshop waarin antwoord gegeven zou worden op onderstaande prangende spirituele vragen. Ik vond de vragen dermate interessant dat ik ze in een retourmail beantwoordde en tevens verzocht om een debat, een rationeel discours, met de gever van de workshop.

Dit zijn de twaalf vragen en de antwoorden die ik erbij heb gegeven:

1 Waarom moeten wij sterven?

We moeten sterven omdat evolutie en natuurlijk selectie ons daarmee heeft uitgerust. Onze onsterfelijkheid als menselijke soort ligt hem in onze voortplanting. Zolang wij ons als soort voortplanten en het universum de condities voor water- en koolstof-gebaseerd leven blijft ondersteunen zijn we waarlijk onsterfelijk. Dat we moeten sterven is, naast belastingen en problemen, de eerste van de drie absolute zekerheden in het leven. De dood geeft richting, urgentie en nut aan het leven.

2 Waarom sterft iemand soms op jonge leeftijd?  

Er is geen specifieke reden waarom iemand op jonge leeftijd sterft. We kunnen allemaal op elke leeftijd sterven: bij geboorte, op gevorderde leeftijd en alle leeftijden daar tussenin. Chaos, toeval, ziekte en ongeluk beheersen ons leven. Dat (hele) jonge mensen sterven is natuurlijk verschrikkelijk maar tegelijkertijd ook onontkoombaar. Gelukkig heeft de voortschrijding van de (medische) technologie onze gemiddelde leeftijd met tientallen jaren omhoog gebracht. We kunnen er tegenwoordig dus een heleboel doen aan ons lijden.

3 Wat gebeurt er nadat wij dit leven achter ons hebben gelaten?  

Als we dit leven achter ons hebben gelaten gebeurt er niks. Althans, niet met ons. Als je je DNA hebt doorgezet leef je voort in je nabestaanden maar je lichaam zal ontbinden en uiteindelijk verdwijnen. Je botten hebben nog de meeste kans om het wat langer uit te houden. Voor een leven na de dood is geen enkel wetenschappelijk bewijs, ondanks talloze ‘verschijnselen’ van uittredingen en ‘tunnels van wit licht’ en mensen die beweren met de doden te kunnen communiceren (zie verderop). Geloof in het hiernamaals is vooralsnog een puur persoonlijk geloof. En dat is op zich prima natuurlijk, zolang het maar niet als absolute waarheid of dogma wordt gebracht.

4 Waar gaat de ziel naar toe?     

Om die vraag te beantwoorden moet je eerst de definitie van ‘ziel’ bepalen. Je kunt eindeloos debatteren over de ziel maar als je niet aan elkaar vraagt wat je daaronder verstaat heeft de uitwisseling weinig toegevoegde waarde (anders dan een sterk verhaal in de kroeg of een eindeloze uitwisseling van subjectieve ervaringen). Als het gaat om de definitie van ‘onstoffelijkheid’, in de zin van een niet-materiele substantie waarin jij als ‘persoon’ zit ‘verpakt’ en die eeuwig kan voortbestaan; ook daarvoor is geen enkel bewijs. Het zijn persoonlijke geloofsopvattingen en nogmaals, dat is prima. Zolang er maar geen ‘waarheden’ aan verbonden worden.

5 Hoe verkrijgen wij kennis over het leven na de dood?       

Dat is niet mogelijk. Volgens de laatste stand van de wetenschap is er simpelweg geen leven na de dood en leven wij voort in onze nabestaanden. Er is geen enkel geval bekend, althans niet onder gecontroleerde wetenschappelijke omstandigheden, waarin iemand uit het ‘hiernamaals’ contact met ons heeft opgenomen. Diegenen die het beweren (Ogilvie, Char e.a.) zijn al talloze malen ontmaskerd als ‘cold readers’ en charlatans. Het is de goedgelovigheid van de menselijke soort – heel goed evolutionair te verklaren – die een geloof in een leven na de dood in stand houdt. Sociaal gezien, in termen van cohesie, heeft het ook een duidelijke culturele functie.

6 Kunnen wij met de doden ‘communiceren’?    

Nee, dat is niet mogelijk. Er zijn geen ‘levende doden’ tenzij je in zombies gelooft. Communiceren met de doden is inmiddels volledig gecommercialiseerd (Ogilvie, Char e.a.) en is daarmee een soort van pseudoreligie geworden. Vanuit menselijk oogpunt is dit goed te verklaren – het leven en het universum zijn volstrekt onverschillig over ons en entropie regeert ons bestaan – en we zouden het natuurlijk fantastisch vinden om in een hiernamaals weer met onze geliefden te worden herenigd. Het is wishful thinking in optima forma omdat we het alternatief – entropie – simpelweg onverdraaglijk vinden. En dat is ook wel weer te begrijpen.

7 Hebben wij al eerder geleefd?       

Dat is een vage open vraag. Wie zijn ‘wij’ en wat bedoel je met ‘leven’? Als het gaat om de hypothese van de reïncarnatie dan is daar ook geen enkel wetenschappelijk bewijs voor te vinden. Wij zijn allemaal een onderdeel van een schier eindeloze keten van opeenvolgende organismen die miljarden jaren terug gaat naar de soep van oerbacteriën. Evolutie en natuurlijke selectie heeft ons hier gebracht en het is een van de best ondersteunde wetenschappelijke uitgangspunten voor het leven op aarde.

8 Waarom worden wij geboren?       

We worden geboren omdat evolutie en natuurlijke selectie ons heeft uitgerust met een fantastisch vermogen om ons voortdurend aan onze omgeving aan te passen. We worden geboren omdat na de bevruchting – de samenvoeging van eicel en zaadcel – een fantastische aaneenschakeling van biologische processen uiteindelijk resulteert in een uniek mens, uitgerust met de genen van zowel vader als moeder. Geboren worden is een enorme toevalligheid. De kans om niet geboren te worden is oneindig veel groter.

9 Wat is de rol van de beschermengel?         

Deze vraag suggereert dat er zoiets als een beschermengel bestaat, dat engelen bestaan. Dat is niet eerlijk, daarvoor is geen enkel bewijs. Ik kan dan net zo goed zelf een ander soort creatuur verzinnen en er tegenover zetten. Er is geen enkel argument aan te dragen waarom engelen meer bestaansrecht zouden hebben dan Bongelen, Tsangelen, Vreemonstrosa’s of Perukilamino’s (die ik zojuist heb verzonnen). Je zult dus eerst moeten definiëren wat een ‘engel’ is, daarna wat een ‘beschermengel’ is en daarna zal je hun bestaan op een of andere manier moeten aantonen. Anders is alleen de limiet van onze fantasie de grens.

10 Wat is het spirituele doel van ziekte en lijden?

Ook hier zal je eerst een definitie van ‘spiritueel’ moeten bepalen. Het begrip is zo vaag en rekbaar dat er talloze boeken over zijn volgeschreven die elkaar voortdurend tegenspreken of elkaar bestrijden op het gebied van ‘wie kan er het meest en het meest vaag zomaar iets voor zich uit verzinnen?’. Ziekte en lijden zijn een onvermijdbaar gevolg van onze biologische constitutie en de manier waarop we samenleven. Gelukkig kan veel van het ziek zijn en het lijden in deze moderne tijden worden verlicht of opgeheven. Wees blij dat je in de 21e eeuw leeft!

11 Welk verband bestaat er tussen karma en overerfde eigenschappen – goede en slechte?

Ook hier zal je eerst definities moeten geven. ‘Karma’ en ‘Chakra’s’ zijn zaken die wetenschappelijk niet aantoonbaar zijn en niet met hard bewijs kunnen worden aangetoond. Zo zijn de ‘meridianen’ van acupunctuur ook niet te vinden. De term ‘overerfde eigenschappen’ is echter wel degelijk goed wetenschappelijk gedocumenteerd in de evolutionaire biologie. In de context van deze vraag lijkt me de term echter ongepast. En definities van ‘goed’ en ‘slecht’ zijn cultureel bepaald, niet erfelijk. Mocht het hier echter gaan over ‘reïncarnatie’, zie hierboven.

12 Hoe benaderen wij de controversiële vraagstukken betreffende geboorte en dood?

Op wetenschappelijke wijze. In een almaar complexer worden wereld is het veiliger, vertrouwder en gemakkelijker om alles als een mening weg te zetten. Maar het enige dat de mensheid heeft om tot een vorm van objectieve waarheid te komen, of, accurater gezegd, om tot werkbare modellen van de waargenomen werkelijkheid te komen, is de Wetenschappelijke Methode (kijk maar eens op Wikipedia – en zoek dan meteen ook even op wat een Wetenschappelijke Theorie is). Ze is niet perfect – ze wordt immers door mensen gehanteerd – maar het is het enige dat we hebben.

Als jij vindt dat iets bestaat, dat iets werkt, dat iets zo ‘is’, dat iets ‘waar’ is; dan is dat jouw hypothese. Daarna begint het harde werken: onderzoeken, observeren, experimenteren, feiten verzamelen, bewijsmateriaal organiseren, falsifiëren, peer reviewen en publiceren. Wetenschap is waarlijk hard werken, we hebben er smartphones, espressomachines, neushaartrimmers, computers en ruimtevaart aan over gehouden (om er maar een paar te noemen).

Hoe we ook vinden dat de wereld in elkaar steekt, iedere discussie daarover is futiel als we niet vooraf overeenkomen welk objectief criterium onze meningen daarover gaat toetsen. Doen we dat niet dan vervallen we in welles/nietes-spelletjes en een vruchteloze uitwisseling van oncontroleerbare subjectieve meningen. Het leidt tot frustratie en polarisatie; de voorbeelden daarvan zijn overal om ons heen te zien. Met de Wetenschappelijke Methode stimuleren we het rationeel discours en houden we elkaar scherp.

Wetenschap is geen kwestie van mijmerende meningen, opgelegde dogma’s, retorische of semantische kunstzinnigheid, subjectieve zweverigheden of kant- noch wal-rakende kolder. Nee, wetenschap houdt ons overeind en brengt ons verder. Zonder wetenschap zouden we nog steeds zeven rondjes rond de centrale paal op het dorpsplein dansen om onze opperwezens een gunstige oogst af te smeken. Wetenschap is een component van onze onbegrensde nieuwsgierigheid. Als we stoppen met nieuwsgierig zijn stopt onze vooruitgang.

Ik zit nog steeds op een uitnodiging voor dat debat te wachten…

 

Uitzoomen is de moeite waard

Vooruitkijken voor gevorderden | Hoop voor de toekomst van mensaap en moederplaneet

Dit confronterende maar uiterst hoopvolle boek is verschenen op 14 november 2016. Uitgegeven door BlijvendBeklijven Boeken en bedoelt om je blik op de wereld, je zicht op de toekomst en de kijk op jezelf drastisch te veranderen. Want als je maar lang genoeg naar je navel staart wordt zelfs het navelpluis een probleem.

Pas op! Dit boek kijkt 10.000 jaar in de toekomst!

En precies daarom moeten we verder vooruitkijken dan we ooit hebben gedurfd. Verder dan de dagelijkse beslommeringen rond het huis, dat feestje volgende week of de zomervakantie volgend jaar. Hoeveel verder dan? Wat dacht je van 100, 1000 en 10.000 jaar vooruit? Ga ook mee op ontdekkingsreis en leer wat ervoor nodig is om onze moederplaneet als thuisbasis te gaan zien in plaats van als eindstation. Pas als we de sterren als ons nieuwe thuis gaan beschouwen kunnen we de oermens in ons overwinnen en het onverschillige universum ontstijgen.

Als gevorderde vooruitkijken

BlijvendBeklijven

BlijvendBeklijven is een initiatief van Bart Flos Veranderadvies. Met haar boeken, workshops en presentaties wil ze een bijdrage leveren aan het rationeel discours, de manier waarop we met elkaar omgaan maar vooral de manier waarop we elkaar benaderen en met elkaar discussiëren. Het ultieme doel is om onze samenleving en ons samenwerken blijvend te beïnvloeden en wel zodanig dat we elkaar gaan aanspreken binnen de Kleine Groepen waar we allemaal deel van uitmaken: familie, gezin, vrienden, collega’s en teamgenoten.

Doe je ook mee? Ga dan gerust eens kijken op www.blijvendbeklijven.nl. Je bent van harte welkom.

De kracht van de Kleine Groep

Jij zit ook in een Kleine Groep!

Miljoenen jaren hebben we als jagers/verzamelaars in Kleine Groepen over de savanne gezworven. Pas zo’n 13.000 jaar geleden zijn we landbouw gaan bedrijven en ontstonden onze gemeenschappen, dorpen en steden. De afgelopen 200 jaar hebben industriele, culturele, technologische en digitale revoluties het roer overgenomen en is onze omgeving sneller veranderd dan ons oerbrein kan bijhouden. We reageren dus nog steeds op onze omgeving met een stel hersenen dat uitstekend geschikt is voor jagen en verzamelen maar veel minder geschikt voor de enorme complexiteit van de moderne maatschappij.

En daarom verschuilen we ons nog steeds in Kleine Groepen. Het zijn ons gezin, onze familie, vrienden, collega’s en teamgenoten. Binnen die Kleine Groepen wordt elk sentiment gekweekt en versterkt. Daar moeten we dankbaar gebruik van maken als we onze problemen in het heden willen oplossen voor een meer hoopvolle toekomst.

Ga gerust eens kijken op www.blijvendbeklijven.nl en doe mee!

De kenniskermis

De kenniskermis | Overleven in een zee van informatie

‘Je staat aan het begin van een reis door verleden, heden en toekomst van homo sapiens, de moderne mens. Miljoenen jaren zwierven we als jagers/verzamelaars in Kleine Groepen over de savanne om tenslotte zo’n dertienduizend jaar geleden landbouw te gaan bedrijven. We vestigden ons op de mooiste plekjes en onze gemeenschappen en steden begonnen te groeien. De afgelopen paar duizend jaar is onze omgeving echter zó snel veranderd dat ons oerbrein dat niet meer bij kan houden. Evolutie werkt namelijk oneindig veel trager dan de exponentiële ontwikkeling van de menselijke soort.

Dit alles heeft duidelijke consequenties. Aan de ene kant lijden we aan ernstige verwerkingsbeperking; we doen in de praktijk veel te weinig met de theoretische kennis die we hebben verzameld. Aan de andere kant verschuilen we ons, net als vroeger, nog steeds in Kleine Groepen: ons gezin, onze familie en onze vrienden, collega’s en teamgenoten. Daar wordt ons sentiment gekweekt en versterkt en daar moeten we gebruik van maken als we onze problemen willen aanpakken, hoe groot of klein ze ook zijn’.

(Vooruitkijken voor gevorderden | Over dit boek | Pagina 17)

Het kan handig zijn om De kenniskermis gelezen te hebben voordat je begint aan Vooruitkijken voor gevorderden. Handig, maar niet noodzakelijk. Ben je toch nieuwsgierig geworden ga dan gerust eens kijken op www.dekenniskermis.nl.